Pasen
Bij ons geen paaseieren zoeken. Met al die loslopende krielen zoeken we ons het hele jaar al rot naar eieren. Met als resultaat, tussen de achterste strobalen, vijfentwintig eieren in een nest. Of plots een nieuw roedeltje kuikens. Paaseieren en de paashaas. Symbolen van vruchtbaarheid. Uit een ei komt nieuw leven en de paashaas eh ja die plant zich toch ook voort (ware een konijn niet beter geweest). Niet in alle landen is het trouwens een haas die eieren rond brengt, ook weleens een hond of vos. Maar volgens professor Google is de haas een vaste begeleider van de godin Ostara of Eostra. Godin van de vruchtbaarheid. Zoals zo vaak worden religieuze en heidense rituelen gemengd tot een gezellige en commercieel interessante mix. Denk ook aan de Kerstman en Sinterklaas. Een ander vruchtbaarheidsgebruik is op palmpasen palmtakken, hier meestal buxustakjes, in de kerk te laten zegenen en thuis achter de kruisbeelden te steken. Ook legden we vroeger gewijde takjes op de akkers voor een goede oogst.
Het ei. Wat komt er nou niet uit een ei. Van insect tot mens, als wat zich geslachtelijk voortplant komt grotendeel voort uit het ei. Niet vreemd dat het ei zo veelzijdig is. Na de aardappel is het ei misschien wel mijn favoriete levensmiddel. Het eiwit is te schuimen, het geel is super om mooie sauzen mee te binden. IJs, taart, koeken, souffle, omelet, gekookt, uitsmijter, ga maar door. Ooit is het ei verguisd, omdat men nog maar de halve waarheid over cholesterol wist. Niet meer dan een paar eitjes per week was het. Nu weet men beter, tenminste dat hopen we. Wie weet wat we later ontdekken? Maar lang leve de lol nu, driewerf hoera voor het ei. Een van de lekkerste ei-dingen is het gepocheerde eitje. Liefst een krieltje dat levert een mooi klein bolletje op dat door de onwetende in een salade gauw wordt aangezien voor mozarella. Een meevaller, want persoonlijk heb ik niet zoveel op met mozarella -beetje saai smaakje-, als het zachte eigeel uit het wit kruipt. Gebruik wel superverse eitjes. Daarvan is het eiwit nog mooi en zit de dooier goed in het midden. Verhit een pan water met een scheutje azijn tegen het kookpunt maar het water mag niet bruisen. Breek het eitje voorzichtig in een sauslepel en laat het voorzichtig in het water zakken. Laat het stollen, kleine sliertjes kun je voorzichtig verwijderen met een houten lepel. Het gaat wel eens mis maar met een beetje oefenen lukt het wel. Lekker op een salade of als amuse.
palm palm pasen
hei koerei
over enen zondag
krijgen wij een ei
één ei is geen ei
twee ei is een half ei
drie ei is een paasei
.
Februari, ’t begint te kriebelen.
De eerste lammeren van de schapen komen soms al in januari, februari en maart zijn de drukste maanden in de stal. Schapen helpen verlossen, lammetjes oormerken, moeder en kroost samen in aparte hokjes. Een enerverende tijd; teleurstelling als het mis gaat, vreugde bij een mooi koppeltje of triootje. Heel vaak de stal in en goed kijken. Vertoont er eentje bijzonder gedrag? Graafbewegingen in het stro, liggen en weer opstaan, afzonderen, tekenen dat er iets aan zit te komen.
Wordt er niet geschaatst en is het droog genoeg dan kunnen de plantuitjes en sjalotjes al de grond in. In de tunnels vroege sla en de eerste tuinbonen opkweken. Rucola en spinazie is ook vroeg te telen. De rest van de tuin wordt klaar gemaakt voor de grote slag van maart tot mei, wanneer de meeste groenten geplant of gezaaid worden. Sinds een paar jaar ploegen we niet meer en doen we zoveel mogelijk met de hand. Zware machines zijn heel slecht voor de bodemstructuur. En dat belemmerd de beestjes in de bodem om de grond te bewerken. Niet wij mensen, maar de regenworm is de belangrijkste grondbewerker. In twee jaar tijd gaat de bovenste laag aarde door de magen van allerlei soorten regenwormen. Er zijn er die horizontaal vreten en ook verticalen. Kleine en grote. Zij vreten de mest en organische delen op en poepen het restproduct weer uit. Het slijm en de poep van de regenworm zorgt voor een structuur waarbij zand/kleideeltjes, lucht, vocht en voedingstoffen een vruchtbare bodem vormen. Ze doen dat niet alleen, springstaarten, mijten, schimmels en bacteriën helpen een handje mee. Maar respect voor de regenworm graag. En daarom wil ik de grond zoveel mogelijk met rust laten. Liever geen gehakt maken met de frees of diepe voren trekken met de ploeg. Bemesten is eigenlijk beestjes voeren. En hun het werk laten doen. En ho, dat doen ze graag hoor. Of ze kunstmestkorreltjes lusten? Ik weet het niet zeker maar stalmest en compost, yummie.
Januari, zorg
Januari is een rare maand. Bijna niks in de tuin, de koeien nog niet aan het kalven, de schapen nog aan het buiken. Kortom klusjes, binnenwerkjes en een tikje de handrem erop. Onze hulpboeren moeten wel aan de slag blijven. Eikels rapen voor de varkens, walnoten kraken voor in de keuken, bordjes voor bij de groenten schilderen. We bedenken meestal wel iets voor de hele barre dagen.
Een flauwe grap van boeren die ik wel eens spreek is dat ze ook een zorgboerderij hebben, namelijk de afdeling financiën. Niet gebruiken, die grap, zeggen wij dan thuis.
Op de boerderij werken wij met verslaafden. De hulpboeren, zoals wij ze noemen, helpen met alle voorkomende werkzaamheden op de boerderij. Door de structuur, het buitenleven en de sociale contacten hopen we dat ze weer een stapje vooruit komen. Oud, jong, man, vrouw. Coke, cannabis, alcohol, wit of bruin, alles komt voorbij. Het laatste niet op de boerderij, er mag absoluut niet gebruikt worden. Maar in de gesprekken bij de koffie en lunch. Ieder hulpboer is uniek en heeft een eigen verhaal, meestal met veel sores. Mijn beeld van een verslaafde is inmiddels nogal genuanceerd. Clichés zijn natuurlijk altijd een waarheid maar slechts een klein deel van de mensen voldoet aan het beeld. Geloof me, bij de meeste verslaafden zie je het niet aan de buitenkant. Veel mensen zijn nogal angstig voor verslaafden. Ik kan inmiddels vertellen dat ze net zo (on)gevaarlijk zijn als je buurman, verre achterneef, huisarts, collega of wie dan ook.
Een van onze hulpboeren schreef een ontroerend stukje over haar vriend dat ik de lezer niet wil onthouden:
“Ik had een goede vriend. Als ik verdrietig was, troostte hij me. Als ik eenzaam was, hield hij me gezelschap. Als ik huilde veegde hij mijn tranen. Als ik bang was, hield hij mijn hand vast. Als ik problemen had, hielp hij me ze op te lossen. Ik was nooit alleen en samen konden wij alles aan.
Toen werd Drank ziek en kon me niet meer helpen. Nu is Drank dood en moet ik alles alleen doen. Niemand die mijn hand vasthoudt of mijn tranen droogt. Niemand die zegt dat ik alles kan en nergens bang voor hoef te zijn. Alles is zo moeilijk en ik mis hem elke dag heel erg. Het is zo moeilijk om iemand te vinden die net zoveel van me houdt als hij deed. Misschien vind ik hem wel nooit meer en zal ik altijd eenzaam blijven.”
December kerstdiner
Ik hou heel erg van Sylvia Witteman, culinair columniste van de volkskrant, wars van pocherig gedoe van chefkoks met een zwak voor eenvoudige en soms onverantwoorde recepten. Zij tipte de site: www.thisiswhyyourefat.com. Als je je trek wil bederven!
Goed, vrienden hebben mij gevraagd of ik een kerstdiner voor ze wil koken. Ongeveer 12 vrouw en niet te duur. In een vreemde doorsnee keuken en 100% vegetarisch. Een leuke uitdaging die wel enig denkwerk verricht. Ik ben nogal een liefhebber van vlees en vis. Gerookt spek, een lekkere fond, gebraden gevogelte, garnalen. Maar klant is koning. En een boel CO2 punten dat weer wel.
Een goede maaltijd bevat alle elementen van smaak. De vier smaken, zout, zuur, zoet en bitter kennen we natuurlijk. Er is er nog een vijfde: umami. Umami (Ž|–¡) is een Japans woord dat 'heerlijkheid' of 'hartig' betekent. Bekendste umami is (mononatrium)glutaminaat. Een veel gebruikte smaakmaker (zeker bij de chinees). Maar umami zit ook in erwten, zeewier en kaas. Een zesde smaakervaring is olie- of vetachtigheid; vet is lekker.
Verder bevat een Heijerhof maaltijd maximaal producten van eigen erf en het seizoen. Nog een fikse beperking in december. Waar we een beetje ruimhartig in moeten zijn. Er is prei, spruit, aardappel, pompoen, andijvie, rucola, sla, kruiden, pastinaak, knolselderij, ui en sjalot.
Maar goed ik heb het volgende bedacht:
• Sjalottenbouillon met een gratine van kaas en room
• Rucola/andijviesalade met gerookte geitenkaas en walnoten met mosterdcitroendressing.
• Spruitjescaffloutis met pompoencocosroom, knolselderpuree, stoofpeer en pastinaakchips
• Champagneroomtaartje met warme kersen
Vlak voor het diner vriest het 15 graden en is de groene salade naar de knoppen. Daarvoor komt een crostini van (eigen gebakken) ciabatta met aubergine en geitencamenbert. Het diner verloopt heel goed en de reacties zijn enthousiast. De bordjes komen leeg terug.
Ik denk dat alle smaken de revue gepasseerd zijn zoet (de pompoen, kersen), zuur (het taartje), bitter (spruitjes), zout (chips en kaas) umami (bouillon, clafoutis), vet (room, kaas).
Niet van eigen erf waren, de stoofpeer (nauwelijks oogst), cocos (de tunnel te laag voor kokospalmen), de kaas (gestopt met kaasmaken), de citroen (geruild voor knollen) en de champagne (nooit aan begonnen) en de room (zie kaas).
November
November is slachtmaand. Waarom november. Omdat er in voorjaar en zomer voer was en het varken vetgemest kon worden. Dat duurde toen veel langer dan nu, vanwege het ontbreken van krachtvoer en omdat men een zwaar vet varken wilde. Bovendien kon het vlees in de winter beter bewaard worden. Gezouten, gerookt of gedroogd. In onze keuken bevindt zich nog een droogkast en in de kelder een pekelbak. Trouwens zo lang geleden is dat niet. Ik herinner mij als kind het thuis slachten nog. Het beest werd toen al wel bij een slager of in een slachthuis geslacht maar het uitbenen was thuis. Op een tafel in de bijkeuken. De slager met zijn schort en vlijmscherpe messen. Alles werd verwerkt. We mochten om de beurt aan de worstmolen draaien. En in de balkenbrij roeren. Een prachtige dag altijd. Nog steeds vind ik slager een mooi ambacht en heb ik geen gevoelens van afkeer bij de slacht. Ik wil best eens een dier zelf slachten. Als je vlees eet moet je er de consequenties van inzien.
Vier varkens houden we. Heb je er vijf dan ben je een echte varkensboer voor de wet en moet je varkensrechten kopen (ca 180 euro per dier) en aan allerlei verplichtingen voldoen. Vier biggetjes van 25 kg kopen we bij een biologische collega en mesten ze af tot 120 kg (of iets meer). Die gaan naar de slager en dan komen er nieuwe biggetjes. Van alle dieren is afscheid van de varkens het lastigs. Varkens zijn top. Ik snap niet waarom bepaalde volken er zo negatief over zijn. Ze spelen, graven, knorren, rennen. Ze graven een nest, bedekken zich met stro en liggen heerlijk tegen elkaar ‘aanhugd’ te slapen. En ze bevuilen hun nest niet maar poepen in een hoekje. Binnen enkele dagen kennen ze het baasje en kun je ze aaien. Op tv al eens gezien dat varkens een beetje intelligent zijn, zeg maar op het niveau van een chimp of een dolfijn. Dat maakt het dan weer moelijker. Maar uiteindelijk is er de troost dat het vlees wordt genuttigd door onze eigen klanten en onszelf. Voor de anonieme markt, nee, dat lijkt mij niks met varkens.
Oktober
Met de droogte van september is afgerekend. 70 millimeter kwakte er in een nacht naar beneden begin oktober. Normaal genoeg voor een kleine maand. Straten onder en kelders vol in de bebouwde kommen. Hier niet eens plassen op het land, zo dorstig was onze zandige bodem. Bij de kleine buitjes eerder ploft de regen nog in het stoffige zand. Alsof het droog wil blijven stoot het zand de regen af. Druppels vormen zich en kanaaltjes, stromen de oppervlakte af. Die regen verdampt later weer, komt niet eens bij de wortels. Maar eenmaal nat baant de eerste regen een weg naar dieper lagen en zo kon de grond zich toch nog volzuipen.
De herfst is inmiddels gevorderd. Het bladgroen wordt niet meer aangemaakt en de achtergrondkleuren geel en rood krijgen eindelijk een kans zich te tonen. De moestuin is grotendeels leeg op wat wintervaste groente na. Wortels en knolselderij worden straks ingekuild. Na de vorst enkel nog prei, boerenkool, spruitjes en pastinaak. De werkzaamheden verschuiven. Beesten op stal, voeren, strooien en uitmesten. Onderhoud aan de fruitbomen, snoeien, zagen, houthakken, klusjes in de schuur en de stal, afrastering controleren. Fruit uit de diepvries verwerken to jam en chutney. Nog wat groenten inmaken. Plannen maken voor het volgende groeiseizoen. De sfeer veranderd. Waar anders tot avondrood buiten, nu ‘s avonds bij de kachel.
Iets heel anders: broeikas en vlees zijn een issue momenteel. De productie van vlees en zuivel levert een aanzienlijke bijdrage aan het broeikaseffect. Een vegetariër in een Hummer is beter dan een vleeseter op een Batavus. Best lastig als vleesveehouder. Ik wil natuurlijk vlees verkopen, dat ook nog eens heel extensief is gehouden. Per kg vlees veel broeikas, daar loop ik niet voor weg.. Gevoelsmatig ben ik echter zeker dat wij het goed doen, rekensommetjes niettegenstaande. Laat ik het zo positioneren: Onze boerderij levert dat kwaliteitsstukje vlees dat de consument zonder zonde kan nemen bij zijn verder bijna vegetarisch dieet. Trouwens de herkauwers die methaangas produceren en opboeren en alle schetenlatende dieren op deze bol dragen doen dit toch al duizenden jaren! Het probleem zit hem toch in de excessen? Het teveel en te vaak. Daar gaat het bij ons immers om: de menselijke maat van onze boerderij. Pfff
September
Droogte teistert de boerderij dit jaar. Al vanaf april is de regen schaars. Af en toe een korte regenperiode maar meestal droog. Heerlijk hoor maar het is eind september en de weilanden zijn kaal en dor.. Ook de tuin is lastig; de waterminnende gewassen (bijvoorbeeld venkel, prei, knolselder, bleekselder) doen het matig. Het blijkt ook goed weer voor luizen en vliegjes. Wortel, spruitkool, broccoli, raapjes. Alles heeft last van beestjes. De tomaten, paprika en courgette houden wel van droog en warm en doen het goed.
Voor de kippen is het wel een vruchtbaar jaar. De krielen die we van vrienden hebben gekregen zorgen voor een kip explosie. Kip tijdje foetsie. Drie weken later trippel trippel met haar kleintjes. Ik smelt. De eerste dagen lopen de kuikentjes onder de gespreide vleugels van de moederkloek. Bij gevaar duiken ze onder. Geen probleem:een stuk of twaalf kan ze er kwijt. Later verschijnt weer een kopje door de veren, en nog een.. Eentje floept er onderuit. En daar gaan ze weer. Moederkip is zorgzaam en vliegt andere kippen, poes en boer aan als ze te dicht in de buurt komen. De kuikentje piepen voortdurend en moeder tokkelt, koert en kroelt terug. In Wageningen hebben ze kippentaal geanalyseerd; Er wordt zinnig gepraat tussen kip en kroost. Er schijnen zeker 30 tot 40 kippenwoorden te bestaan. Zijn er zoogdieren buiten de mens die beschikken over zoveel woordenschat? Zelfs prenataal is er verbale communicatie.
Goed, nu scharrelen leren: Krabben met de linkerpoot, krabben met de rechterpoot. Een pasje terug en de kuikens laten pikken. Zij pakt iets op en legt het voor een kuikentje neer. En zo gaat dat dagen en weken door. De kuikentjes groeien en nemen steeds een stukje extra bewegingvrijheid. En dan opeens vliegen ze uit. Er vormen zich nieuwe groepjes rondom de beste haantjes en ja u raadt het al. Nu hebben ze dit jaar al zo’n 40 nieuwe kuikens grootgebracht. Want dat doen ze echt; grootbrengen. En dat brengt mij iets dat ik iedereen wil vertellen. Ik heb het ooit eens opgepikt, maar dit jaar dringt het echt tot mij door. De kuikens op de boerderij worden grootgebracht en opgevoed. Terwijl alle productiekippen worden uitgebroed door machines. Geen moeder die ze leert om te eten, om beschutting te zoeken, om vijanden te herkennen, om woordjes te koppelen aan gebeurtenissen. Miljoenen wezen worden zomaar met (tien)duizenden in een groep gekwakt. Ik vind dat onverteerbaar.
Augustus
Wat ik benijd aan koeien? Hun tong. Waar wij mensen moeilijk moeten doen met katoenen zakdoeken, papieren tissues of de wijsvinger, heeft de koe haar tong. Met een sierlijke zwaai verdwijnt de punt van de tong in linker en rechter neusgat. Een zwaai die een zekere soepelheid heeft zoals de zelfverzekerde jongeman een jasje over zijn schouders gooit. Zo’n tong is ideaal, reinigt als een schuursponsje. Wie nog nooit een koeientong gevoeld heeft; de bovenkant is ruw als schuurpapier. Ze krullen de tong namelijk om het gras en scheuren het dan af. In het bovengebit ontbreken snijtanden. Dus gras afbijten kunnen ze niet. Zo’n ruwe tong geeft dus grip.
Caroline is mijn favoriete koe. Zij is groot en stevig met mooie kromme horens. Ze likt graag aan mijn blote armen of benen. Zo moet ontharen ongeveer voelen denk ik. Maar goed. Caroline is toe aan kalven. Althans ze is tonrond en ongerust kijk ik dagelijks of ze al tekenen vertoont, zoals een dikker uier, lossere bekkenbanden of slijmdraden. Maar een maand later is ze nog steeds alleen maar dikker geworden. Ik vermoed een tweeling en haal haar naar de huiskavel zodat ze naar binnen kan bij complicaties. De dag erna, een woensdagmiddag, het is bloedheet, zie ik haar met resten nageboorte staan, in de schaduw van de bosrand. Yes, ze heeft gekalfd. Maar waar is het kalf? Ik zie het niet en zoek in het hoge gras en in de struiken. Schijndracht? Nee kan niet. Ik haal Caroline naar binnen en bind haar vast. Ik haal de verlossingspullen - glijmiddel, desinfectiespul, touwtjes en houtjes. In de haast vergeet ik verlossingskleren aan te trekken. Eerst voel ik twee slappe pootjes. Als dat maar goed is. Maar he, ik voel ook twee stevige pootjes die reageren. Toch een tweeling! Het lukt me de juiste pootjes in de baarmoeder bij elkaar te grabbelen en beide kalfjes met de touwtjes en houtjes uit de koe te trekken. De eerste, een vaarsje, is al een tijdje dood, teleurstelling, negen maanden wachten voor niks. De ander, een stiertje, is kerngezond. Opluchting. Helemaal bezweet en onder bloed en slijm, moe van de (in)spanning ben ik toch tevreden. Omdat het mij en haar gelukt is om het kalfje op de wereld te brengen. Een uurtje later staat het kalfje wiebelend bij moeders te drinken. Mijn dag is goed.
Juli
Ha, Juli, die verrast ons nog al eens. Niet zo zomers als het klinkt. In mei en juni al lekker gemaakt met zomerse temperaturen. Begint de vakantie komen de hardnekkige westelijke stromingen met wisselvallig weer, veel wind en regen. En het komt vaak voor dat dat heel lang vasthoudt. Dan moet het hooi gestolen worden. En het rijpe graan gaat steeds verder verpieteren.
Rijpend graan is prachtig. De kleurveranderingen van frisgroen naar goudgeel in vele tussentinten verbeelden de verschillende stadia. Het strekken van de stengel, verschijnen van de aren en het afrijpen. Rijpend graan draagt de belofte van geurend brood al mee. Na een koelere zomernacht en de dauw verdampend in de ochtendzon ruik je al een vleug van vers gemalen meel. Eind juli bezoek ik het graan regelmatig om te zien of het al rijp is. De korrel moet heel hard zijn en de knopen in de stengel niet meer groen. Dan kan er onder droge omstandigheden geoogst worden. Het stro kan meestal de dag erna geperst. Als alles stuift is het goed. Zweet, stof, kriebelige strootjes in je kleren, alles droog in de schuur, voor mij is dat een van de jaarlijkse hoogtepunten.
In de tuin is het een feest. Nu de erwten en kapucijners over hun hoogtepunt heen zijn komen de boontjes eraan. Sperziebonen, boterboontjes (of wasboontjes), snijbonen, duivenbonen in allerlei maten en kleuren. De eerste tomaten, komkommers, venkel, broccoli, wortelen, courgettes. Hier belandt de volkstuinder op het punt van de familie voorzien van groenten of moeten invriezen. Gelukkig heb ik kippen, geiten en varkens die het teveel wel lusten. En indirect komt het dan toch weer op ons bordje.
De pinken mogen in de zomer in het beekdal van Limburgs Landschap, de schapen in ons eigen natuurweiland en de koeien in onze agrarische natuurpercelen rond de boerderij. Elke dag een rondje langs de beesten, met kans op leuke ontmoetingen. Zo botste onlangs een reebok bij zijn paniekvlucht vol tegen mij op. Op mijn knie zat zelf bloed van de neus van het dier. Enkele dagen later zag ik een jong reekalfje door het hoge gras rennen. Eerder dit jaar een otterspoor langs de beek, herkenbaar aan afgeknaagde takken. Mooi beroep, boer.
Juni
Met spreeuwen is het kwaad kersen eten. Vanuit ons perspectief dan. Spreeuwen zelf kunnen verdomd goed kersen eten. Ze zijn helemaal verzot. Ze kunnen niet wachten tot ze rijp zijn. Ze pikken al direct de eerste lenteblosjes van de kersenwangetjes. De eerste spreeuwen twitteren direct al hun familie, vrienden en kennissen zodat je enkele dagen later al 25 spreeuwen hebt. Voor je het weet is het een kersenkerkhof onder de boom. Weer een jaar waar alleen de uitbundige voorjaarsbloei je vreugde heeft geboden. Maar dit jaar eens niet. Terwijl op Pinkpop Bruce Springsteen de heilige mis opdroeg heb ik samen met Hetty een net om de best dragende boom proberen te wikkelen. Halsbrekende toeren met ladders, voorladers, touwen en lange stokken. Uiteindelijk was het half geslaagd. In ieder geval een behoorlijke kersenoogst in het vooruitzicht. Het gehannes in de boom deed de spreeuwen trouwens zeker een week wegblijven. Mooi meegenomen. Omdat de spreeuw zo’n prachtige zanger is sluiten we een deal. Allebei wat. Maar dan wel ‘s-ochtends vroeg op het hoekje van de stalnok je trillers, piepers en fluitjes laten horen. En met z’n honderden van die prachtige patronen vliegen tegen een herfstachtig wolkendek. Louter lof trouwens voor een andere vogel, de boerenzwaluw. De JSF onder de vogels eet alleen insecten en wel 50.000 per week, blijft van de gewassen en heeft een onwaarschijnlijk mooie metallic kleur (net als de kievit). En ze komen iedere keer weer terug. (Deden de klanten dat maar.) Een vogeltje om onvoorwaardelijk van te houden.
Juni is de maand van de lekkere vruchten. De aardbeien, frambozen, kruisbessen en rode bessen. Lekker en gezond en alles wat niet vers gegeten wordt, hup in de diepvries voor heerlijk huisgemaakte jams. Juni, de maand van de hoop en verwachtingen. Lukken de teelten. Want van alles kan er mis gaan: te heet en te droog dan gaan gewassen schieten, heet en vochtig dan rukken de schimmels op. Kou dan willen de bonen niet. Koolvliegjes kunnen je raapjes vernielen. Of hagel al je mooie bladgewassen. Zelfs een nachtvorstje ligt nog op de loer. En dan moet de afzet nog een beetje kloppen anders kun je kruiwagens sla naar de mesthoop brengen.
Maar juni is uiteindelijk toch een feest voor de smaakpapillen: naast het fruit de tuinbonen, peulen, capucijners, worteltjes, rodebiet, venkel, sjalotjes en het eerste lamsvlees. Met rozemarijn en bij goed weer op een echt vuurtje natuurlijk. Elke kans om fikkie te stoken wordt aangegrepen.
zondag 23 augustus 2009
Eindelijk konden we samenmet de hulpboeren maandag 24 februari beginnen met de aanleg van een halve hectare bos. De afgelopen maanden van ´permafrost´ maakte planten onmogelijk. Het bos maakt deel uit van een 2,2 ha groot perceel. De rest van het perceel wordt kruidenrijk grasland, waarop begrazing met schapen en koeien mogelijk is. Over het perceel komt een wandelpad en op een heel mooi plekje willen we een picknickplek maken met een geweldig uitzicht over het beekdal. In totaal planten we ongeveer 2000 boompjes (eik, berk, lijsterbes en vuilboom).
.jpg)

Inmiddels is ook een tweede plan voor natuurontwikkeling ingediend. Als de ambtelijke molens een beetje mee willen draaien kunnen we dan in 2010 nog eens 2 hectare bos aanplanten. De moestuin gaat vervolgens verhuizen naar de kant van de boerderij. De hele boerderij moet op termijn een landgoed gaan vormen.
dinsdag 24 februari 2009
Volgende jaar gaan we twee hectare grond omvormen naar bos en natuurlijk grasland.
We willen met de toekomstige zorgklanten deze natuur zelf aanleggen. Voor het inrichtingsplan en de financiele afhandeling hebben we contact gezocht met de Bosgroep.
Het is de eerste stap op weg naar een natuurlijk agrarisch landgoed.
maandag 26 november 2007